2. Voorwerp van belasting

In de omzetbelasting vormen niet de goederen of diensten zelf, maar de handeling of prestatie (zijnde levering, invoer of dienstverrichting) het belastbaar feit dat het voorwerp of object is van heffing.

De omzetbelasting wordt ingevolge artikel 2 OB geheven ter zake van de volgende belastbare feiten:

  1. door ondernemers geleverde goederen die in Suriname zijn voortgebracht;
  2. door ondernemers verrichte diensten, die limitatief zijn opgesomd in bijlage l van de wet OB;
  3. de invoer van goederen , dat is het brengen van goederen in het vrije verkeer.

 

Waar de Wet OB spreekt van goederen, wordt enkel bedoeld roerende goederen (artikel 1 lid 1 letter e). Dit  betekent dat het voortbrengen van een onroerend goed niet belast wordt met omzetbelasting. (In de praktijk is een aannemer van bouwwerken dus de facto vrijgesteld. Een architect daarentegen moet op zijn honorarium wel omzetbelasting in rekening brengen, omdat zijn werkzaamheden als een belaste dienst wordt aangemerkt.)

Ook zijn alleen binnenlandse leveringen van goederen en alhier verrichte diensten belastbaar.

Verder is het begrip ‘levering ‘ volgens de omzetbelasting enerzijds ruimer, anderzijds beperkter dan het civielrechtelijke leveringsbegrip.

Voor wat betreft het tarief maakt de wet OB overigens een onderscheid naar luxe en gewone goederen. De luxe goederen zijn als zodanig niet gedefinieerd doch enkel uitputtend opgesomd in bijlage 3 van de wet (hieronder vallen onder meer geweren en munitie, waterscooters, speedboten en jachten).

Als verrichte diensten worden aangemerkt alle tegen vergoeding verrichte prestaties, die  niet vallen onder het leveren van goederen. De belaste diensten zijn limitatief opgesomd in bijlage l van de Wet OB. Dit betekent dus dat n iet-genoemde diensten niet onder de OB-heffing vallen en in zoverre er eigenlijk geen sprake is van een algemene belasting .

 

De volgende diensten zijn onder andere belast, indien en voor zover verricht door:

  • notarissen , advocaten , accountants, consultants en  andere vrije  beroeps-beoefenaars (met uitzondering van hen die in de medische sector werkzaam zijn);
  • makelaars bij verkoop en verhuur van onroerende goederen; architecten- en ingenieursbureaus ;
  • vervoerders van  goederen  (vrachtrijders)
  • degenen die logies, spijzen en dranken verstrekken in en door horecabedrijven ; taxichauffeurs en reparateurs ;
  • bedrijven die ‘operational leasing ‘ aanbieden .

 

Met leveringen van goederen wordt in eerste instantie bedoeld de juridische eigendomsoverdracht als gevolg van een overeenkomst , zoals bij verkoop. In artikel 4 OB is daarnaast bepaald dat onder levering van voortgebrachte goederen mede de volgende economische overdrachten moeten worden verstaan:

  • afgifte van goederen ingevolge een overeenkomst van huurkoop of financial leasing;
  • oplevering van een goed door de ondernemer die de goederen heeft vervaardigd (waarbij de materialen niet door de ondernemer zelf worden verstrekt , maar door de afnemer; bijv . de opgeleverde bouwwerken door een aannemer of het vervaardigen van een kledingstuk door een kleermaker);
  • het aanbrengen van een goed door een ondernemer aan een ander goed (waarbij degene aan wie de ondernemer presteert, middels natrekking eigenaar wordt van het eerstgenoemde goed; bijv. het aanbrengen van diefijzer aan een huis);
  • overige gevallen waarbij goederen het bedrijfsvermogen van de fabrikant verlaten (zoals het privégebruik van goederen door de ondernemer).

 

Invoer is het brengen van goederen in het vrije (economische) handelsverkeer middels import. Opgemerkt wordt dat bij invoer van goederen iedereen, dus  ook  niet-ondernemers  of particulieren, omzetbelasting verschuldigd is. De omzetbelasting die hierbij wordt geheven hangt nauw samen met de invoerrechten (Wet Tarief van Invoerrechten 1996).

 

Vrijstellingen

Met betrekking tot de leveringen van (roerende) goederen bestaan er vrijstellingen voor bepaalde goederen, voornamelijk eerste levensbehoeften, die zijn genoemd in bijlage 2 van de wet, en verder alle leveringen aan ambassades, consulaten en dergelijke (artikel 8 08).

Bij invoer van goederen is vrijstelling mogelijk indien de Investeringswet 2001 die mogelijkheid biedt, dan wel indien ook recht op vrijstelling van invoerrecht bestaat krachtens de Wet Tarief van Invoerrechten, krachtens het Grondstoffenbesluit 1991 of krachtens de Petroleumwet of indien goederen krachtens de Bankwet ten behoeve van bancaire en monetaire activiteiten worden ingevoerd .

Alleen diensten die in de limitatieve opsomming van bijlage 1 van de wet voorkomen, vallen onder de werking van de Wet OB. Omgekeerd zijn dus alle heffingssubjecten die niet in voornoemde bijlage genoemd, vrijgesteld. Daarnaast geldt er ook een algemene vrijstelling voor diensten aan ambassades, consulaten en dergelijke.

Op grond van de kleine ondernemersregeling is het verder mogelijk vrijstelling te verkrijgen voor het doen van  aangifte en betalen van omzetbelasting. De formele belastingplicht blijft echter wel bestaan.

Comments are closed