4. Maatstaf van heffing en tarief

4.1.        Maatstaf van heffing

De omzetbelasting bij levering van goederen en diensten wordt berekend over de vergoeding; dat is het bedrag die betrekking heeft op de levering van dat goed of die dienst, dan wel de totale waarde van de tegenprestatie, uitgezonderd de daarin begrepen omzetbelasting.

Indien goederen voor privégebruik aan de onderneming worden onttrokken, is er eveneens sprake van een levering. Bij dit belastbare feit ontbreekt er echter een vergoeding, vandaar dat in die gevallen de omzetbelasting wordt berekend over het bedrag dat in het economische verkeer voor die goederen kan worden verkregen, dus over het bedrag  dat de ondernemer voor  de goederen zou betalen als hij op dat moment deze elders zou aanschaffen of zelf zou voortbrengen. Bij de berekening van de voortbrengingskosten hoeft geen opslag voor vaste algemene kosten en winstopslag worden bijgeteld; er wordt dan uitgegaan van een ‘kale’ kostprijs. De heffing is dus ad valorem, naar de waarde, en is daarmee prijselastisch .

In principe behoren alle kosten van de ondernemer tot de vergoeding . Uit een systematische u itleg van de wet volgt echter één uitzondering, namelijk indien op een factuur doorlopende posten voorkomen, die volgens hun karakter buiten de vergoeding vallen. Doorlopende kosten zijn bedragen die een OB-plichtige ondernemer betaalt en ontvangt in naam en voor rekening van degene aan wie hij een dienst verleent. Als een advocaat bijvoorbeeld van zijn cliënt een bedrag (bijv. een schadevergoeding) ontvangt ten behoeve van een derde en dit vervolgens uitbetaalt, dan behoort dit bedrag niet tot de vergoeding voor de diensten die de advocaat aan zijn cliënt heeft verleend (in de advocatuur wordt dit aangeduid als cliëntengelden). Wel is daarbij vereist dat er een rechtsverhouding bestaat tussen de cliënt en de derde. Incassokosten, griffierechten en deurwaarderskosten die de advocaat ten behoeve van zijn cliënt voldoet, zijn ook doorlopende kosten die niet tot de vergoeding behoren omdat deze als zodanig niet als kosten op die advocaat drukken. Geen doorlopende kosten zijn de door de dienstverlener aan derden betaalde kosten zoals telefoon- en kantoorkosten die aan de cliënt in rekening worden gebracht, omdat dan geen rechtsverhouding bestaat tussen de cliënt en die derden.

De grondslag voor de omzetbelasting bij invoer bestaat uit de invoerwaarde vermeerderd met invoerrechten,   accijnzen   en   andere   invoerheffingen   zoals   statistiek-   en   consentrecht,   maar uitgezonderd de omzetbelasting. Deze invoerwaarde of douanewaarde wordt bepaald volgens de regels van de Wet Tarief van Invoerrechten 1996 en bestaat  uit de kosten voor  ‘Cost, lnsurance & Freight’, ook wel ClF-waarde genoemd . Voor de omzetbelasting bij invoer gelden ter zake van de procedure van aangifte, bezwaar en beroep dezelfde regels als voor de Wet Tarief Invoerrechten 1996 en dus niet de regels voor de omzetbelasting over levering van goederen en diensten.

 

4.2          Tarief

Het tarief van de omzetbelasting bedraagt als volgt.

1) Voor het verrichten van diensten: 8%;

2) Voor de levering of invoer van goederen  genoemd  in bijlage 3 van de Wet OB, de zogenoemde luxe goederen: 25%;

3) Voor de invoer of levering van in Suriname voortgebrachte goederen: 10%.

Overigens is de invoer en levering van een aantal in de wet genoemde goederen (bijlage 2) vrijgesteld  van heffing.

Het is mogelijk dat een ondernemer zowel diensten als levering van goederen verricht. In het aangiftebiljet kan dit overeenkomstig worden aangegeven. Zoals eerder gezegd wordt de aangifte bij invoer op een andere manier gedaan, namelijk zoals voorgeschreven door de douanewetgeving (invoerrechten en accijnzen), middels het formulier Enig Document.

Comments are closed