7. Overige bepalingen

  • Kleine ondernemersregeling

Eerder werd al genoemd dat op grond van de kleine ondernemersregeling het ook mogelijk is vrijstelling te krijgen van het doen van aangifte en het betalen van omzetbelasting bij het leveren van goederen of diensten. Deze regeling, neergelegd in artikel 19 OB; geldt voor de ondernemer die een natuurlijke persoon is en van  wie de omzet op jaarbasis niet meer dan SRD 6.000 bedraagt. De ondernemer die van deze regeling gebruik wil maken, moet hiertoe een verzoek indienen bij de Inspecteur met overlegging van boeken en bescheiden waaruit de gemiddelde jaaromzet is af te leiden. De Inspecteur dient binnen 60 dagen te beslissen. Goedkeuring wordt verleend voor twee jaar, waarna om verlening moet worden gevraagd . Hoewel de kleine ondernemer is vrijgesteld van de aangifteplicht, blijven de overige informatieverplichtingen wel bestaan.

  • Informatieverplichtingen

Op de belastingplichtige ondernemer rusten de hiernavolgende verplichtingen.

  1. Administratieplicht: de belastingplichtige ondernemer heeft de verplichting een deugdelijke administratie te voeren , zodat altijd duidelijkheid bestaat over zijn rechten en verplichtingen, alsmede inzicht kan worden gegeven in de voor de omzetbelasting van belang zijnde gegevens. Uiteraard moet onder meer de ontvangen vergoeding ondubbelzinnig uit de boekhouding blijken;
  2. Bewaarplicht: de van de administratie deel uitmakende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers dienen gedurende tien jaren te worden bewaard;
  3. Actieve informatieplicht: de door de Inspecteur gevraagde gegevens en inlichtingen dienen te worden verstrekt voor zover die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing bij de ondernemer;
  4. Passieve informatieplicht: de ondernemer is verplicht inzage te geven in zijn boeken, bescheiden en andere gegevensdragers . Dit ligt in het verlengde van de administratie­ verplichting;
  5. Facturatieplicht: de ondernemer is verplicht om binnen 15 dagen na het einde van de maand waarin belaste goederen of diensten zijn geleverd, een factuur uit te reiken die aan de wettelijke vereisten voldoet. Facturen moeten de verschuldigde omzetbelasting vermelden en gedagtekend en doorlopend genummerd zijn . Een kopie-factuur moet in de administratie worden bewaard .

Verder rust op degene die boeken , bescheiden of andere gegevensdragers van een belastingplichtige ondernemer onder zich houdt, ook de plicht om de Inspecteur inzage daarin te geven (passieve informatieplicht voor derden). Indien de Inspecteur gebruik gaat maken van deze bevoegdheid , dient hij, behalve de derde, ook de desbetreffende belastingplichtige ondernemer in kennis hiervan te stellen (artikel 24).

  • Invordering

In hoofdstuk 2 ‘Invordering en rechtsbeschermi ng’ is reeds aangegeven dat Suriname

Ten aanzien van de invorderingsbevoegdheden van de Ontvanger in Suriname geldt een zogeheten gesloten systeem. Met de invoering van de Wet OB is hierin verandering gebracht en wel door artikel 53 lid 2 welke bepaalt dat de Ontvanger, naast de bevoegdheden op grond van de Wet van 3 april 1869 (de Invorderingswet) , nu ook over de bevoegdheden mag beschikken die elke schuldeiser heeft op grond van enig andere wettelijke bepaling. Dit betekent dat de Ontvanger ook het civiele recht kan gebruiken om zijn eis als schuldeiser kracht bij te zetten ; de meest vergaande bevoegdheid uit het civiele recht is wel de mogelijkheid om het faillissement van de belastingschuldige in te roepen.

Bijzonder is tevens dat naheffingsaanslagen reeds vijftien dagen na dagtekening door de Ontvanger invorderbaar zijn (artikel 53 lid 3), zonder dat enige aanmaning of waarschuwing verder vereist is. In bijzondere gevallen hoeft de Ontvanger zelfs deze korte termijn niet in acht te nemen (lid 4). Geconcludeerd wordt dat de Ontvanger over vrij sterke middelen beschikt om de invordering kracht bij te zetten.

Comments are closed