1.1. Ontwerp juni 2017 – Wet Belasting over de Toegevoegde Waarde

Wet van …………………………………….2017, houdende

vaststelling van een belasting over de toegevoegde waarde

(Wet Belasting over de Toegevoegde Waarde)

 

ONTWERP

 

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

01

In overweging genomen hebbende, dat het wenselijk is regels betreffende een Belasting over de Toegevoegde Waarde vast te stellen.

 

Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door de Nationale Assemblee, bekrachtigd de onderstaande wet:

 

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

 

Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. Minister: minister van Financiën ;
  2. Ontvanger: ontvanger belast met de inning van de Belasting over de Toegevoegde Waarde;
  3. inspecteur: inspecteur belast met de heffing van Belasting over de Toegevoegde Waarde;
  4. Goederen: alle lichamelijke goederen zoals bedoeld in het Surinaams Burgerlijk Wetboek, alsmede elektriciteit en gas en de rechten op onroerende goederen bedoeld bij artikel 3 lid 2;
  5. Belastingplichtige: degene van wie de belasting wordt geheven;
  6. Belasting: de Belasting over de Toegevoegde Waarde of BTW, tenzij anders aangegeven;
  7. Suriname: het grondgebied van de Republiek Suriname en het buiten de territoriale zee van Suriname gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover Suriname daar op grond van het internationale recht ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen soevereine rechten mag uitoefenen, alsmede de in, op, of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen in dat gebied;
  8. BTW identificatienummer: het door de inspecteur toegekende fiscaal identificatie nummer als bedoeld in artikel 4 Algemene wet belastingen .

 

Belastbaar feit

Artikel 2

Onder de naam belasting over de toegevoegde waarde of BTW wordt, met inachtneming van de bepalingen van deze wet, een belasting geheven terzake van:

  1. het door ondernemers in het kader van hun onderneming in Suriname onder bezwarende titel leveren van goederen;
  2. het door ondernemers in het kader van hun onderneming in Suriname onder bezwarende titel;
  3. de invoer van goederen in Suriname.

 

HOOFDSTUK II

HEFFING TER ZAKE VAN LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DIENSTEN

 

Artikel 3

  1. Als levering van goederen wordt aangemerkt:
  2. de eigendomsoverdracht van goederen ingevolge een overeenkomst;
  3. de afgifte van goederen ingevolge overeenkomst van huurkoop of financial leasing;
  4. de oplevering van onroerende goederen door de ondernemer die de goederen heeft vervaardigd;
  5. de eigendomsovergang van goederen ingevolge een overeenkomst tot het aanbrengen van die goederen aan een ander goed.
  6. Als levering van goederen wordt mede aangemerkt de vestiging en de overdracht van zakelijk rechten betreffende onroerende goederen, zoals vruchtgebruik, opstal en erfpachtrechten, met uitzondering van het recht op hypotheek.
  7. Met een levering als bedoeld in artikel 2, letter a, wordt gelijkgesteld:
  8. het door een ondernemer aan zijn onderneming onttrekken van een goed dat hij voor andere dan ondernemingsdoeleinden bestemt, ingeval met betrekking tot dat goed of de bestanddelen daarvan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
  9. het onder zich hebben van goederen door een ondernemer of zijn rechthebbenden wanneer hij de uitoefening van zijn onderneming beëindigt, ingeval bij de aanschaffing van die goederen recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.
  10. Goederen welke op een veiling worden verhandeld, worden geacht aan en vervolgens door de houder van de veiling te zijn geleverd.
  11. Goederen welke worden geleverd door tussenkomst van een commissionair of dergelijke ondernemer die overeenkomsten sluit op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander, worden geacht aan en vervolgens door die ondernemer te zijn geleverd.
  12. Voor de toepassing van lid 3, letter a, worden onttrekkingen van goederen om voor ondernemingsdoeleinden te dienen als geschenken van geringe waarde of als monster, niet als een levering onder bezwarende titel beschouwd.

 

Artikel 4

  1. Als diensten worden aangemerkt alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen.
  2. Met een dienst verricht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 2, letter b, wordt gelijkgesteld:
  3. het gebruiken van een tot de onderneming behorend goed voor andere dan ondernemingsdoeleinden indien met betrekking tot dat goed geheel of gedeeltelijk aftrek van de belasting is ontstaan;
  4. het verrichten van diensten door een ondernemer voor andere dan ondernemingsdoeleinden, ingeval met betrekking tot die dienst of de bestanddelen daarvan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.
  5. Diensten welke worden verleend door tussenkomst van een commissionair of dergelijke ondernemer die overeenkomsten sluit op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander, worden geacht aan en vervolgens door die ondernemer te zijn geleverd.

 

Artikel 5

De plaats waar een levering van een goed wordt verricht, is:

  1. Ingeval het goed in verband met de levering, anders dan in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, wordt verzonden of vervoerd, de plaats waar de verzending of het vervoer aanvangt;
  2. in afwijking van lid 1, worden, in de gevallen waarin de plaats van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen buiten Suriname ligt, de plaats waar de levering wordt verricht alsmede de plaats waar eventuele volgende leveringen worden verricht, geacht in Suriname te liggen, voor zover de goederen door de leverancier of in diens opdracht worden ingevoerd;
  3. in andere gevallen dan lid 1 of lid 2, de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering.

 

Artikel 6

De plaats waar een dienst wordt verricht, is hierna bepaald.

  1. Algemene regel voor de bepaling van de plaats van diensten verricht voor een ondernemer.

De plaats van een dienst, verricht voor een als zodanig handelende ondernemer, is de plaats waar die ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd.  .

Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de ondernemer op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de ondernemer die deze diensten afneemt.

  1. Afwijkende regels voor de bepaling van de plaats van diensten verricht voor een ondernemer
  2. De plaats van een dienst die betrekking heeft op een onroerend goed.

Deze plaats, met inbegrip van diensten van experts en makelaars in onroerende goederen, het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, zoals vakantiekampen of locaties die zijn ontwikkeld voor gebruik als kampeerterreinen , het verlenen van gebruiksrechten op een onroerende zaak, alsmede van diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden of te coördineren, zoals de diensten verricht door architecten en door bureaus die toezicht houden op de uitvoering van bet werk, is de plaats waar de onroerende zaak is gelegen;

  1. De plaats van personenvervoerdiensten en goederen vervoerdiensten is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden.
  2. De plaats van een dienst bestaande uit het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangsverlening samenhangende diensten, is de plaats waar deze evenementen daadwerkelijk plaatsvinden.
  3. De plaats van restaurant- en cateringdiensten is de plaats waar die diensten materieel worden verricht.
  4. De plaats van restaurant- en cateringdiensten die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein is de plaats van vertrek van het passagiersvervoer.
  5. De plaats van dienst van kortdurende verhuur van een vervoermiddel is de plaats waar dat vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de afnemer wordt gesteld. Onder ‘kortdurende verhuur’ wordt verstaan: het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste 30 (dertig) dagen, en voor schepen ten hoogste 90 (negentig) dagen.
  6. Algemene regel voor bepaling van de plaats van diensten verricht voor een andere persoon dan een ondernemer.

De plaats van een dienst, verricht voor een andere persoon dan een ondernemer, is de plaats waar dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd.

Worden deze diensten evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de diensten de woonplaats of de gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverrichter.

  1. Afwijkende regels voor de bepaling van de plaats van diensten verricht voor een andere persoon dan een ondernemer.
  2. De plaats van een dienst die betrekking heeft op een onroerend goed.

Deze plaats, met inbegrip van diensten van experts en makelaars in onroerende zaken, het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, zoals vakantiekampen of locaties die zijn ontwikkeld voor gebruik als kampeerterreinen, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerende zaak, alsmede van diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden of te coördineren, zoals de diensten verricht door architecten en door bureaus die toezicht houden op de uitvoering van het werk, is de plaats waar de onroerende zaak is gelegen.

  1. De plaats van personenvervoerdiensten en goederenvervoerdiensten is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden.
  2. De plaats van diensten en van daarmee samenhangende diensten, in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, inclusief de dienstverrichtingen van de organisatoren van dergelijke activiteiten, is de plaats waar die activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden .
  3. De plaats van restaurant- en cateringdiensten is de plaats waar die diensten materieel worden verricht.
  4. De plaats van restaurant- en cateringdiensten die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein is de plaats van vertrek van het passagiersvervoer.
  5. De plaats van dienst van kortdurende verhuur van een vervoermiddel is de plaats waar dat vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de afnemer wordt gesteld. Onder ‘kortdurende verhuur’ wordt verstaan : het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen, en voor schepen ten hoogste negentig dagen.
  6. De plaats van dienst van andere dan kortdurende verhuur van een vervoermiddel is de plaats waar de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

In afwijking hiervan is de plaats van andere dan kortdurende verhuur van een pleziervaartuig aan een andere dan ondernemer d plaats waar het pleziervaartuig effectief ter beschikking van de afnemer wordt gesteld, indien deze dienst daadwerkelijk door de dienstverrichter wordt verricht vanuit de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting aldaar.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘kortdurende verhuur’ verstaan: het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste 30 (dertig) dagen, en voor schepen ten hoogste 90 (negentig) dagen.

  1. De plaats van de volgende diensten, is de plaats waar die diensten daadwerkelijk worden verricht:

(1)          activiteiten die met vervoer samenhangen, zoals laden, lossen, intern vervoer en soo1tgclij]w activiteiten;

(2)          deskundigenonderzoeken en werkzaamheden met betrekking tot roerende lichamelijke zaken.

  1. De plaats van een dienst verricht door een tussenpersoon die in naam en voor rekening van derden handelt, is de plaats waar de onderliggende handeling overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verricht.
  2. De plaats va n dienst van de volgende diensten is de plaats waar de persoon voor wie deze dienst word t verricht, is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:

(1)          de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, handelsmerken en soortgelijke rechten;

(2)          diensten op het gebied van de reclame;

(3)          diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en informatieverschaffing;

(4)          de verplichting om een beroepsactiviteit of een in dit artikel vermeld recht geheel of gedeeltelijk niet uit te oefenen·

(5)          bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;

(6)          het beschikbaar stellen van personeel;

(7)          de verhuur van roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van alle vervoermiddelen;

(8)          telecommunicatiediensten;

(9)          radio- en televisieomroepdiensten;

(10)        elektronische diensten.

 

Artikel 7

  1. Ondernemer is een ieder die een zelfstandige economische activiteit heeft bestaande uit het leveren van goederen en/of verrichten van diensten die aan de BTW zijn onderworpen en/of van het nultarief genieten en/of van de BTW zijn vrijgesteld op grond van Bijlage 1.
  2. Als ondernemer wordt ook beschouwd de persoon die een vermogensbestanddeel exploiteert om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen .
  3. Publiekrechtelijke lichamen worden niet als ondernemer beschouwd voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten. Publiekrechtelijke lichamen die goederen leveren en/of diensten verrichten die uit hun aard ook door ondernemers kunnen worden verricht, worden daarentegen als ondernemer aangemerkt.

 

Maatstaf en tarief van heffing

Artikel 8

  1. De belasting wordt geheven over de vergoeding.
  2. Onder de vergoeding wordt verstaan het totale ter zake van de levering of de dienst verschuldigde bedrag, de belasting zelf daaronder niet begrepen. Onder vergoeding wordt niet begrepen rente wegens het ter beschikking stellen van gelden.
  3. Indien de vergoeding niet of slechts gedeeltelijk uit een geldsom bestaat, is de vergoeding de waarde in het economisch verkeer van de tegenprestatie verhoogd met, indien toepasselijk, de geldsom.
  4. Indien ter zake van de levering of de dienst meer wordt voldaan dan hetgeen in rekening is gebracht, komt in plaats daarvan in aanmerking hetgeen is voldaan..
  5. Indien de vergoeding minder bedraagt dan de waarde in het economisch verkeer van de levering of de dienst, de partijen met elkaar verbonden zijn en de BTW niet geheel aftrekbaar is, wordt de vergoeding gesteld op de waarde in het economisch verkeer.
  6. Voor de toepassing van dit artikel worden als verbonden partijen aangemerkt, een ondernemer die, onmiddellijk of middellijk, rechtstreeks of, indien van toepassing, via zijn eigenaar/aandeelhouder, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een andere onderneming.
  7. Ten aanzien van de leveringen als bedoeld in artikel 3, lid 3, wordt de vergoeding gesteld op de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aan koopprijs is, de kostprijs berekend op het tijdstip waarop de handeling wordt uitgevoerd.
  8. Ten aanzien van de diensten als bedoeld in artikel 4, lid 2, wordt de vergoeding gesteld op de waarde van de dienst of van soortgelijke diensten of, indien er geen waarde van de dienst is, de door de ondernemer voor het verrichten van die diensten gemaakte uitgaven.
  9. Indien de vergoeding is uitgedrukt in een andere munteenheid dan de Surinaamse dollar, wordt de wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de laatst genoteerde verkoopkoers op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt.
  10. Ten aanzien van personen andere dan ondernemers is het niet toegestaan om, in de gevallen waarin ingevolge deze wet BTW verschuldigd is, goederen of diensten aan te bieden tegen prijzen waarin de belasting niet is begrepen.

 

Artikel 9

  1. Het tarief van de belasting bedraagt 17.5 procent.
  2. In afwijking van het eerste lid is er een nultarief voor:
  3. de levering van goederen die in het kader van hun levering worden uitgevoerd;
  4. de diensten die op grond van artikel 6 geacht worden buiten Suriname te zijn verricht.
  5. De minister kan bij beschikking voorwaarden stellen teneinde voor het tarief als bedoeld in lid 2 in aanmerking te komen.

 

Vrijstellingen

Artikel 10

Voor de levering van goederen en het verrichten van diensten genoemd in Bijlage 1 wordt vrijstelling van belasting verleend, onder door de minister te stellen voorwaarden.

 

Artikel 11

Bij de overgang van een geheel of een gedeelte van een onderneming al dan niet tegen vergoeding of in de vorm van een inbreng in een rechtspersoon, wordt geacht dat geen leveringen of diensten plaatsvinden en treedt, tenzij bij ministeriële Regeling anders is bepaald, d gene op wie de goederen overgaan in de plaats van de overdrager.

 

Wijze van heffing – recht op BTW aftrek

Artikel 12

  1. De belasting wordt geheven van de ondernemer die de levering van het goed of de dienst verricht.
  2. In geval de ondernemer niet in Suriname woont of gevestigd is en aldaar geen vaste inrichting, dan wel zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, van waaruit de levering van het goed of de dienst wordt verricht, en degene aan wie de levering van het goed of de dienst wordt verricht een ondernemer is die in Suriname woont of is gevestigd of aldaar een vaste inrichting, dan wel zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wordt de belasting geheven van degene aan wie de levering van het goed of de dienst wordt verricht.
  3. Bij toepassing van lid 2 van deze wet wordt door de ondernemer die niet in Suriname woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting, dan wel zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, van waaruit de levering van het goed of de dienst wordt verricht, geen BTW vermeld op de factuur. De afnemer berekent de verschuldigde BTW en draagt deze af op de voel van artikel 13.
  4. Bij invoer door een ondernemer kan, onder door de minister bepaalde voorwaarden, worden toegestaan dat de BTW niet dient betaald te worden aan de ontvanger belast met de heffing van invoerrechten en accijnzen, maar wordt voldaan, volgens het regime van verlegging van de heffing, dit is door opname door de ondernemer-invoerder van de verschuldigde invoer BTW in zijn BTW aangifte.

 

Artikel 13

  1. De in een tijdvak verschuldigde belasting wordt op aangifte voldaan.
  2. Het tijdvak is een kalendermaand.
  3. De minister kan bij beschikking nadere regels stellen ten aanzien va n de inhoud van de aangifte en de bij de aangifte te voegen stukken.
  4. De minister kan bij beschikking nadere regels stellen ten aanzien van de gehele of gedeeltelijke inhouding en rechtstreekse afdracht van de ingehouden belasting aan de ontvanger door de afnemer van de levering of dienst.

 

Artikel 14

  1. De belasting wordt verschuldigd:
  2. in gevallen waarin ingevolge artikel 26 een factuur moet worden uitgereikt, op het tijdstip van de uitreiking of, indien deze niet tijdig plaatsvindt, het tijdstip waarop zij uiterlijk had moeten geschieden;
  3. in andere gevallen op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht.
  4. In afwijking in zover van het eerste lid wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan uiterlijk verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen.
  5. Degene die ten onrechte onder de benaming van belasting over de toegevoegde waarde of BTW gelden in rekening brengt, is:
  6. zulks verschuldigd op het tijdstip, of op de tijdstippen waarop de vergoeding geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen;
  7. gehouden hiervan aangifte te doen en af te dragen ingevolge artikel 13.

 

Artikel 15

  1. De in artikel 2 bedoelde belasting die de ondernemer in aftrek brengt, is:
  2. de belasting die in het tijdvak van aangifte door de leverancier is verschuldigd ter zake van aan de ondernemer geleverde goederen of verrichtte diensten en waarbij de ondernemer beschikt over een factuur, opgesteld conform de voorschriften van de artikelen 28 en volgende;
  3. de belasting welke in het tijdvak van aangifte is voldaan:

(1)          ter zake van invoer van voor de ondernemer bestemde goederen, inclusief de BTW verschuldigd op grond van artikel 12, lid 4, en waarbij de ondernemer beschikt over een invoerdocument dat de ondernemer aanwijst als belastingplichtige;

(2) op grond van artikel 12, lid 2 ter zake van aan de ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten;

Een en ander voor zover de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt voor aan de BTW onderworpen handelingen of handelingen die van het nultarief genieten.

  1. Indien op het tijdstip waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken, blijkt dat de belasting ter zake voor een groter of kleiner gedeelte in aftrek is gebracht dan waartoe de ondernemer op grond van het gebruik is gerechtigd, wordt hij de te veel afgetrokken belasting op dat tijdstip verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt op grond van artikel 13 voldaan. De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven.
  2. Geen aftrek is toegelaten van de in artikel 2 bedoelde belasting welke in rekening is gebracht ter zake van:
  3. het verstrekken van spijzen, dranken en tabaksproducten ;
  4. het verstrekken van relatiegeschenken en andere giften;
  5. het verstrekken van loon in natura en gelegenheid tot ontspanning;
  6. motorvoertuigen bestemd voor personenvervoer en van goederen of diensten die met dergelijk motorvoertuigen verband houden, behalve voor dealers of leasingmaatschappijen van motorvoertuigen en behalve voor motorvoertuigen met een maximaal toegelaten massa van meer dan 3.500 kg;
  7. Een herziening van de aftrek vindt niet plaats:
  8. in geval van naar behoren bewezen en aangetoonde vernietiging, verlies of diefstal van goederen ;
  9. in geval van onttrekkingen van goederen voor het verstrekken van geschenken van geringe waarde en van monsters.
  10. In de situatie van artikel 12, lid 4 vindt de aftrek plaats op bet tijdstip van ingebruikname van het ingevoerde goed. De verschuldigde belasting bij invoer wordt eveneens op dat tijdstip aangegeven.
  11. De minister kan bij beschikking nadere regels vaststellen ter zake van de aftrek van de in dit artikel bedoelde belasting.

 

Artikel 16

  1. De aftrek van de in artikel 15 bedoelde belasting geschiedt, met inachtneming van het volgende:
  2. van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking;
  3. van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in aanmerking;
  4. met betrekking tot goederen en diensten die zowel voor de onder a als voor de onder b bedoelde handelingen worden gebruikt, wordt een verhoudingsgetal berekend. Dit verhoudingsgetal wordt bepaald door hel totaal van de vergoedingen voor de handelingen als bedoeld onder a te delen door het totaal van de vergoedingen voor de handelingen als bedoeld onder a en b. Deze breuk wordt vermenigvuldigd met de totale voorbelasting in het belastingtijdvak , hetgeen resulteert in de aftrekbare voorbelasting.
  5. indien de ondernemer, naast de in lid 1, letter c bedoelde handelingen, andere handelingen verricht waarvoor geen recht op aftrek bestaat, dan moet de aftrek van voorbelasting ter zake van goederen en diensten gebruikt voor laatstbedoelde handelingen eerst in die mate van aftrek worden uitgesloten alvorens toepassing wordt gemaakt van lid 1, letter c.
  6. In afwijking van het bepaalde in lid 1, letter c, worden voor de berekening van het verhoudingsgetal niet in aanmerking genomen:
  7. de opbrengsten en inkomsten van onroerende goederen en de rechten betreffende onroerende goederen bedoeld bij artikel 3, lid 2, tenzij die opbrengsten en inkomsten een specifieke activiteit van de ondernemer uitmaken;
  8. de opbrengsten en inkomsten van roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting afschrijft, tenzij die opbrengsten inkomsten een specifieke activiteit van de ondernemer uitmaken;
  9. de opbrengsten van het afstoten van eerder in zijn onderneming gebruikte bedrijfsmiddelen.
  10. Indien aannemelijk is dat het werkelijke gebruik van lid 1, letter c, bedoelde goederen en diensten, als geheel genomen, niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding, wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van die goederen en diensten berekend op basis van het werkelijk gebruik. De verschuldigd geworden belasting wordt op grond van artikel 13 voldaan. De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven.
  11. Met betrekking tot onroerende goederen en daarop betrekking hebbend rechten wordt de aftrek herzien in elk van de 9 (negen) jaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken.
  12. De herziening geschiedt telkens voor een 10de (tiende) gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het jaar geldende gegevens.
  13. Met betrekking tot de in het tweede lid, letter b, bedoelde roerende zaken wordt de aftrek herzien in elk van de 4 (vier) jaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken.
  14. De herziening geschiedt telkens voor een 5de (vijfde) gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens.
  15. De herziening blijft achterwege in het jaar waarin de belasting welke op basis van de voor dat boekjaar geldende gegevens voor aftrek in aanmerking komt , niet meer dan 10 (tien) percent verschilt van de in aftrek gebrachte belasting.
  16. Ten behoeve van de leden 4 tot en met 7 wordt een van BTW vrijgestelde verkoop van het onroerende of roerende goed beschouwd als een vrijgesteld gebruik voor de na de verkoop resterende periode.
  17. De minister kan bij beschikking nadere regels vaststellen ter zake van de aftrek en de herziening van de aftrek van de in dit artikel bedoelde belasting.

 

Artikel 17

  1. De in artikel 16 bedoelde aftrek geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de belasting aftrekbaar is.
  2. Het verhoudingsgetal bedoeld in artikel 16, lid 1, letter, c, wordt jaarlijks berekend. Voor het eerste jaar wordt een voorlopig verhoudingsgetal bepaald uitgaande van de exploitatievooruitzichten. Bij de aangifte over het laatste aangifte tijdvak van dat jaar vindt een herziening van dit voorlopig verhoudingsgetal plaats op basis van de voor bet gehele jaar werkelijke gegevens die dan bet definitief verhoudingsgetal van dat jaar wordt. Dat definitief verhoudingsgetal wordt dan het voorlopig verhoudingsgetal voor het volgende jaar . Behalve voor wat het eerste jaar betreft, hoeft de ondernemer de herziening van de aftrek niet te doen wanneer het verschil tussen het voorlopig en het definitief verhoudingsgetal niet meer dan 10% bedraagt.
  3. De herziening als bedoeld in artikel 16, lid 4 tot en met lid 8, geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de ondernemer de goederen of diensten is gaan gebruiken.

 

Artikel 18

  1. Ingeval de voor aftrek in aanmerking komende belasting meer bedraagt dan de in het tijdvak verschuldigd geworden belasting, wordt het verschil overgedragen naar het volgende tijdvak.
  2. Aan een ondernemer die voor zes opeenvolgende tijdvakken meer aftrekbare voorbelasting heeft dan verschuldigde belasting wordt het saldo op zijn verzoek terugbetaald.
  3. In afwijking van lid 2 wordt aan een ondernemer op zijn verzoek teruggaaf verleend voor elk tijdvak waarin de voor aftrek in aanmerking komende belasting meer bedraagt dan de voor dat tijdvak verschuldigde belasting indien hij aantoont dat:
  4. zijn jaaromzet tenminste voor 50% bestaat uit verrichtingen die aan het nultarief zijn onderworpen;
  5. zijn aftrekbare voorbelasting op jaarbasis voor tenminste 50% betrekking heeft op verrichtingen die aan het nultarief zijn onderworpen;
  6. of het in de aard van zijn onderneming ligt dat hij regelmatig of gedurende meerdere tijdvakken meer aftrekbare voorbelasting heeft dan verschuldigde belasting.
  7. Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan bij de inspecteur samen met de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
  8. De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking binnen 2 (twee) maanden nadat de aangifte over het tijdvak is ingediend.
  9. De in lid 5 bedoelde termijn kan worden opgeschort met een periode van maximaal 4 (vier) maanden.
  10. De inspecteur dient de belastingplichtige schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te stellen van de in lid 6 bedoelde opschorting voor afloop van de in de lid 5 bedoelde periode.
  11. De ontvanger kan beslissen om de voor teruggaaf in aanmerking komende belasting te verrekenen met op grond van deze wet uitstaande belastingschulden, boetes, rente en kosten van de ondernemer.
  12. Indien het voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag minder bedraagt dan SRD 1.000,- kan de ontvanger beslissen dat het verrekend moet worden in een door hem aangewezen tijdvak.
  13. Wanneer het voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag minstens SRD 1.000,- bedraagt, dient het bedrag te worden terugbetaald aan de ondernemer binnen 1 (een) maand na de beslissing van de inspecteur dat de ondernemer recht heeft op teruggave van de BTW.
  14. Door de minister zal een fonds worden ingesteld dat uitsluitend zal dienen om de teruggaaf van belasting uit te betalen. Een door de minister te bepalen deel van de belastingopbrengsten zal worden gestort in dit fonds.
  15. De minister kan bij beschikking nadere regels vaststellen ter zake van de teruggaaf van de in dit artikel bedoelde belasting.

 

HOOFDSTUK III

HEFFING TER ZAKE VAN INVOER VAN GOEDEREN

 

Belastbaar feit

Artikel 19

Invoer is de invoer van goederen in Suriname zoals bedoeld in de Wet tarief van invoerrechten 1996.

 

Maatstaf en tarief van heffing

Artikel 20

  1. De belasting bij invoer wordt berekend over de douanewaarde, vermeerderd met het invoerrecht, de accijnzen en de andere bij invoer verschuldigde heffingen, met uitzondering van de ter zake van die invoer verschuldigde BTW.
  2. De douanewaarde als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen inzake de waarde die zijn opgenomen in de Wet Tarief van Invoerrechten 1996.

 

Artikel 21

De belasting bedraagt 17.5 percent.

 

Wijze van heffing

Artikel 22

  1. Op de heffing, naheffing, inning, controle, bezwaar en beroep van de belasting die ter zake van invoer verschuldigd is, zijn de bepalingen van de Wet Tarief van Invoerrechten 1996 en de Scheepvaartwet van overeenkomstige toepassing.
  2. Voor zover krachtens de Wet Tarief van Invoerrechten 1996 of de Scheepvaartwet inzake de heffing, naheffing en inning van invoerrechten rechtsmiddelen openslaan, geldt hetgeen ten aanzien van de invoerrechten onherroepelijk is komen vast te staan, ook onherroepelijk voor de belasting.
  3. Teruggaaf van belasting bij invoer wordt verleend indien op grond van de teruggaafbepalingen van de Wet Tarief van Invoerrechten 1996 teruggaaf van invoerrecht wordt verleend.
  4. De aldus teruggegeven belasting komt niet voor aftrek in aanmerking.
  5. Heeft de aftrek reeds plaatsgevonden, dan wordt de ondernemer die de aftrek heeft genoten het in aftrek gebrachte bedrag als belasting verschuldigd in het tijdvak waarin hem teruggaaf is verleend.

 

HOOFDSTUK IV

BIJZONDERE REGELINGEN

 

Artikel 23

  1. De ondernemer die per kalenderjaar in Suriname een omzet exdusief BTW behaalt van SRD 300.000,- of minder, de omzetgrens, is vrijgesteld van de in deze wet opgenomen verplichtingen en heeft evenmin de rechten die door deze wet aan ondernemers worden toegekend, met name het recht op aftrek van de BTW.
  2. De ondernemer die de omzetgrens overschrijdt, heeft de verplichting zich te registreren voor BTW doeleinden binnen 15 (vijftien) dagen na afloop van de maand waarin de omzetgrens is overschreden . Deze verplichting geldt ook voor de ondernemer die niet in Suriname is gevestigd of een vaste inrichting of zijn gebruikelijke woon – of verblijfplaats heeft, tenzij artikel 12, lid 2 van toepassing is.
  3. Indien een ondernemer meer dan één economische activiteit heeft middels verbonden ondernemingen, worden al zijn economische activiteiten voor dit artikel gezamenlijk in aanmerking genomen.
  4. Voor de toepassing van dit artikel worden als verbonden aangemerkt, een ondernemer die, onmiddellijk of middellijk, rechtstreeks of, indien van toepassing, via zijn eigenaar/aandeelhouder, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een andere onderneming.
  5. Indien de ondernemer, die is vrijgesteld van hel voldoen van de belasting op grond van lid 1, in een kalenderjaar een omzet exclusief BTW heeft behaald van meer dan SRD 300.000,dient over het deel van de omzet waarmee de omzetgrens wordt overschreden belasting te voldoen. In dat geval zal de ondernemer voor wat betreft zijn gehele omzet in de daaropvolgende 2 (twee) kalenderjaren niet meer in aanmerking komen voor de in het eerste lid bedoelde vrijstelling, zelfs indien gedurende deze jaren zijn omzet de omzetgrens niet overschrijdt.
  6. Op zijn verzoek kan aan een ondernemer door de inspecteur toestemming worden verleend om lid 1 buiten toepassing te laten. Dit verzoek dient voor de aanvang van het kalenderjaar te worden ingediend. In zulk geval zal de ondernemer gedurende een periode van minimaal 3 (drie) jaar de rechten en verplichtingen hebben van een ondernemer met een omzet die SRD 300.000 overschrijdt.
  7. De inspecteur heeft de bevoegdheid, bij voor bezwaar vatbare beschikking:
  8. een belastingplichtige die zich niet houdt aan de verplichtingen van deze wet te deregistreren voor BTW doeleinden, of
  9. de BTW registratie tijdelijk op te schorten.

Indien een van de situaties genoemd onder letters a of b zich voordoen heeft de inspecteur de verplichting de belastingplichtige hiervan vooraf gemotiveerd op de hoogte te stellen. Een bezwaar tegen de beschikking schort de deregistratie, dan wel de tijdelijke opschorting van de deregistratie, niet op.

  1. De inspecteur houdt een lijst bij van BTW geregistreerde bedrijven en publiceert deze lijst op de website van de belastingdienst, dan wel op een andere publiek toegankelijke plek. Deze lijst wordt minimaal één keer per maand bijgewerkt met de nieuwe BTW geregistreerde bedrijven en de bedrijven die zijn gederegistreerd, dan wel de bedrijven waarvan de registratie tijdelijk is opgeschort.
  2. Indien de omzetgrens wordt overschreden door de incidentele verkoop van onroerend goed of een bedrijfsmiddel ter vervanging van dat bedrijfsmiddel, wordt de opbrengst van die incidentele verkoop niet in aanmerking genomen voor de bepaling van de omzet ten behoeve van de omzetgrens in het jaar van verkoop.
  3. Er zal door de inspecteur een BTW certificaat worden uitgereikt aan de BTW geregistreerde ondernemer. Op het certificaat staan vermeld, de naam en adresgegevens van de ondernemer, de datum waarop de BTW registratie begint en het fiscaal identificatie nummer van de ondernemer. De BTW geregistreerde ondernemer dient het BTW certificaat op een duidelijke, voor het publiek zichtbare, plek in elk van zijn ondernemingen aan te plakken of op te hangen.
  4. De minister kan bij beschikking het bedrag van de in lid 1genoemde omzetgrens aanpassen.

 

Artikel 24

  1. Op verzoek wordt teruggaaf verleend van de belasting ter zake van leveringen en diensten, voor zover de vergoeding:
  2. niet is en niet zal worden ontvangen en de ondernemer dit kan aantonen;
  3. wordt terugbetaald omdat een vermindering van de vergoeding is verleend of omdat de goederen in ongebruikte staat zijn teruggenomen;
  4. wordt terugbetaald omdat de overeenkomst is ontbonden of vernietigd;
  5. de BTW niet verschuldigd was.

In de situatie van letter a wordt de vergoeding geacht niet te zijn ofte worden ontvangen, na 2 (twee) jaren nadat de vergoeding opeisbaar is geworden voor de ondernemer. Indien de vergoeding na 2 (twee) jaar alsnog wordt ontvangen, wordt de BTW wederom verschuldigd.

  1. De ondernemer reikt in de gevallen bedoeld in lid 1 een verbeterend stuk (kredietnota) uit aan zijn medecontractant en betaalt zijn medecontract, behalve in geval van lid 1 letter a, het teveel gefactureerde BTW terug die de medecontractant kan behouden in de mate hij de BTW op de oorspronkelijke factuur niet heeft kunnen aftrekken.
  2. De ondernemer die ingevolge artikel 15 belasting in aftrek heeft gebracht ter zake van aan hem verrichte leveringen van goederen en diensten, wordt het afgetrokken bedrag naar evenredigheid als belasting verschuldigd op bet tijdstip waarop en voor zover redelijkerwijs moet worden aangenomen dat hij de vergoeding waarop dat bedrag betrekking heeft, niet of niet geheel zal betalen dan wel heeft terug ontvangen . De belasting wordt in ieder geval verschuldigd 2 (twee) jaren na de opeisbaarheid van de vergoeding, voor zover deze op dat tijdstip nog niet is betaald . De verschuldigd geworden belasting wordt op grond van artikel 13 voldaan .
  3. Een verzoek om teruggaaf van belasting geschiedt bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.

 

HOOFDSTUK V

ADMINISTRATIEVE EN OVERIGE VERPLICHTINGEN

 

Artikel 25

De ondernemer is gehouden een administratie te voeren ter zake van:

  1. de door hem en aan hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten, van de invoer van goederen in en de uitvoer van goederen uit Suriname, alsmede van andere gegevens die van belang zijn voor de heffing van de belasting;
  2. de aan hem en door hem uitgereikte facturen en andere documenten, zoals kassastrookjes;
  3. de uitgaven en ontvangsten ter zake van de aan hem en door hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten;
  4. de door hem toegepaste aftrek van voorbelasting.

 

Artikel 26

  1. De ondernemer is verplicht ter zake van zijn belaste leveringen of belaste diensten aan zijn afnemers gedagtekende en doorlopend genummerde facturen uit te reiken indien die afnemers ondernemers zijn.
  2. De ondernemer die op eigen naam en voor eigen rekening goederen invoert en die de door hem ingevoerde goederen doorlevert is eveneens verplicht voor deze leveringen aan zijn afnemers gedagtekende en doorlopend genummerde facturen uit te reiken .
  3. De facturen dienen te worden uitgereikt binnen 15 (vijftien) dagen na afloop van de maand waarin het goed is geleverd of de dienst is verricht.
  4. Op de factuur dient het bedrag van de verschuldigde belasting te worden vermeld, tenzij artikel 12, lid 2 van toepassing is.
  5. De ondernemer is verplicht een afschrift op te maken van de door hem uitgereikte facturen.
  6. Degene die ten behoeve van een ander aangifte ten invoer doet, of daarmee nauw verbonden handelingen verricht, is gehouden zijn opdrachtgever, binnen 15 (vijftien) dagen nadat de goederen zijn ingevoerd, een afrekening te verstrekken waarin de terzake van de invoer betaalde belasting afzonderlijk wordt vem1eld.
  7. De in lid 6 genoemde opdrachtgever dient bij het indienen van zijn aangifte als bedoeld in artikel 13 een afschrift te verstrekken van het invoerdocument waarop de goederen zijn ingevoerd.
  8. De ondernemer kan gebruik maken van een kasregistersysteem bedoeld bij artikel 27, lid 2, indien zijn afnemer niet een ondernemer is. Bij gebreke aan zulk kasregistersysteem dient de ondernemer aan de afnemer die niet een ondernemer is een factuur uit te reiken.

 

Artikel 27

  1. Op de factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht:
  2. de datum van uitreiking;
  3. een opeenvolgend nummer, met een of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd;
  4. het BTW-identificatienummer waaronder de ondernemer de levering of de dienst heeft verricht.
  5. het BTW-identificatienummer van de afnemer aan wie de levering of dienst is verricht en van wie de belasting wordt geheven indien de afnemer een ondernemer is;
  6. de naam en het adres van de ondernemer en zijn afnemer;
  7. de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten;
  8. de datum waarop de levering of de dienst heeft plaatsgevonden of is voltooid;
  9. de vergoeding met b trekking tot elk tarief of elke vrijstelling, de eenheidsprijs exclusief belasting;
  10. het toegepaste tarief;
  11. het te betalen bedrag van de belasting;
  12. in geval van een vrijstelling, vermelding daarvan;
  13. voor de levering en invoer van motorvoertuigen het merk, het model, de cilinderinhoud, en het chassisnummer en voor werken aan het motorvoertuig de nummerplaat.
  14. Ondernemers die gebruik maken van een kasregistratiesysteem voor verkopen aan niet ondernemers richten dit systeem zodanig in dat:
  15. Een afschrift van de door de ondernemer te bewaren kassastrook kan worden afgegeven aan de afnemer;
  16. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c, e voor wat betreft de naam en het adres van de ondernemer, f, g, h, i, j en k duidelijk en overzichtelijk per transactie op de kassastrook staan.
  17. Indien artikel 12, lid 2 van toepassing is dienen de gegevens bedoeld in lid 1, letters a, b, d, e, f, g, h en l duidelijk en overzichtelijk op de factuur te staan.
  18. De minister kan bij beschikking nadere regelen geven met betrekking tot de gegevens welke moeten worden vermeld in de facturen en het afschrift daarvan.

 

Artikel 28

  1. Facturen mogen zowel op papier worden uitgereikt als, onder voorbehoud van aanvaarding door de afnemer, elektronisch worden verzonden.
  2. Elektronisch verzonden facturen worden door de inspecteur aanvaard, mits de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud ervan wordt gewaarborgd.
  3. De authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur, op papier of in elektronisch formaat, worden vanaf het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt tot het einde van de bewaartermijn, als bedoeld in artikel 29, gewaarborgd. De ondernemer bepaalt zelf hoe de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur worden gewaarborgd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van elke bedrijfscontrole die een betrouwbaar controlespoor tussen een factuur en een verrichte prestatie oplevert.
  4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  5. Authenticiteit van de herkomst: de gewaarborgde identiteit van degene die de goederenlevering of de dienst heeft verricht of van degene die de factuur heeft uitgereikt;
  6. Integriteit van de inhoud : de krachtens deze wet voorgeschreven inhoud van de factuur die geen wijzigingen heeft ondergaan.

 

Artikel 29

  1. De ondernemer bewaart kopieën van de door hemzelf dan wel, in zijn naam en voor zijn rekening, aan zijn afnemer of een derde uitgereikte facturen, en alle door hemzelf ontvangen facturen in zijn administratie voor een periode van 10 (tien) jaar.
  2. De authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van de facturen, alsmede de leesbaarheid ervan, zoals bepaald in artikel 28, moeten gedurende de gehele opslagperiode worden gewaarborgd.
  3. Ingeval facturen elektronisch worden opgeslagen, worden de gegevens die de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud waarborgen , zoals bepaald in artikel 28, eveneens opgeslagen.

 

HOOFDSTUK VI

INVORDERING

 

Artikel 30

  1. De ontvanger is belast met de invordering van de ingevolge deze wet verschuldigde belasting, boeten, rente en kosten.
  2. Naast de bevoegdheden die de ontvanger heef t op grond van de Wet van 3 april 1869 no. 23 (Geldende Tekst, G.B. 1937 no. 143) beschikt de ontvanger ook over de bevoegdheden die een schuldeiser heeft op grond van enig andere wettelijke bepaling.
  3. Naheffingsaanslagen als bedoeld in artikel 18 Algemene wet belastingen zijn invorderbaar 15 (vijftien) dagen na dagtekening van de aanslag, waarna de ontvanger zonder enige aanmaning of waarschuwing tot gerechtelijke invordering overgaat, waarbij het bevel tot betaling zonder verder verwijl ten uitvoer kan worden gelegd.
  4. In afwijking van lid 3 van dit artikel is een aanslag terstond invorderbaar, indien:
  5. de belastingschuldige in staat van faillissement is verklaard, dan wel in geval van inbeslagneming van zijn roerende en onroerende goederen door of vanwege de Staat;
  6. de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat goederen van de belastingschuldige voor het verhaal door de ontvanger zullen verdwijnen;
  7. de belastingschuldige Suriname metterwoon wil verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging wil overbrengen naar een plaats buiten Suriname;
  8. de belastingschuldige buiten Suriname woont of is gevestigd, dan wel in Suriname geen vaste woon- of verblijfplaats of plaats van vestiging heeft en de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat de belastingschuld niet kan worden betaald;
  9. goederen van de belastingschuldige worden verkocht of uitgewonnen ten gevolge van een beslaglegging namens derden;
  10. de aanslag is opgelegd in verband met het niet of slechts gedeeltelijk betalen van de belasting als gevolg van opzet of grove schuld.

 

HOOFDSTUK VII

BESTUURLIJKE BOETE

 

Artikel 31

Indien de ondernemer zijn onderneming in strijd met artikel 23, lid 2 niet of niet tijdig heeft geregistreerd of in strijd met artikel 23, lid 10 geen BTW certificaat op een duidelijke, voor het publiek zichtbare, plek heeft aangeplakt of opgehangen, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete kan opleggen van minimaal SRD 4.000 en maximaal SRD 40.000 per tijdvak van een maand waarin de ondernemer in overtreding is.

 

HOOFDSTUK VIII

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 32

  1. Indien met betrekking tot leveringen en diensten die na de datum van inwerkingtreding van deze wet door ondernemers worden verricht, de vergoeding vóór deze datum geheel of gedeeltelijk is ontvangen of is overeengekomen dat de vergoeding geheel of gedeeltelijk vóór deze datum zal worden voldaan, is ter zake van die leveringen en diensten belasting verschuldigd op de dag van inwerkingtreding van deze wet.
  2. Voor zover met betrekking tot leveringen en diensten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet door ondernemers zijn verricht, na deze datum de vergoeding geheel of gedeeltelijk is ontvangen of is overeengekomen dat de vergoeding geheel of gedeeltelijk na deze datum zal worden voldaan, is geen belasting verschuldigd.
  3. De leden 1en 2 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing bij wijzigingen op deze wet.

 

Artikel 33

  1. Degene, die ingevolge een vóór de inwerkingtreding van deze wet gesloten overeenkomst verplicht is leveringen of diensten te verrichten, is bevoegd, hetgeen na de inwerkingtreding van de wet met betrekking tot die leveringen of diensten aan belasting meer is verschuldigd dan voor de inwerkingtreding van die wijziging het geval zou zijn geweest, alsnog in rekening te brengen aan degene aan wie hij de levering of de dienst moet verrichten .
  2. Bedingen in strijd met het bepaalde in lid 1 zijn nietig.
  3. Het bepaalde in lid 1is van overeenkomstige toepassing bij wijziging van deze wet.

 

Artikel 34

  1. Degene, aan wie ingevolge een vóór de inwerkingtreding van een wijziging van deze wet gesloten overeenkomst leveringen of diensten worden verricht, is bevoegd van hem die verplicht is de goederen te leveren of de diensten te verrichten, terug te vorderen hetgeen met betrekking tot die leveringen of diensten aan belasting minder is verschuldigd dan vóór de inwerkingtreding van die wijziging verschuldigd was.
  2. Bedingen in strijd met het bepaalde in lid 1 zijn nietig.

 

HOOFDSTUK IX

OVERIGE BEPALINGEN

 

Artikel 35

Onverminderd de bepalingen van deze wet, kan bij staatsbesluit nadere regels worden gegeven die voor de uitvoering van deze wet nodig of wenselijk zijn.

 

Artikel 36

Bij de inwerkingtreding van deze wet komt de Wet Omzetbelasting 1997 te vervallen, met dien verstande dat deze wet van toepassing blijft met betrekking tot tijdvakken vóór 1januari 2018.

 

Artikel 37

  1. Artikel 23 van deze wet treedt in werking per 1oktober 2017.
  2. Voor de toepassing van lid 1 wordt voor de beoordeling van de omzetgrens van SRD 300.000, als bedoeld in artikel 23, de omzet welke is gerealiseerd in het jaar 2016 in aanmerking genomen. Indien de omzet in het jaar 2016 meer dan SRD 300.000 is geweest, heeft de ondernemer de verplichting zich binnen 2 (twee) maanden na 1 oktober 2017 te registreren.
  3. Voor de overige artikelen treedt deze wet in werking op 1januari 2018.

 

Artikel 38

  1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet Belasting over de Toegevoegde Waarde.
  2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.
  3. De minister van Financiën is belast met de uitvoering van deze wet.

 

 

Gegeven te Paramaribo, de …………………..

Desiré D. Bouterse

 

 

 

Bijlage 1

 

Vrijstellingen

 

  1. Vrijgesteld van belasting zijn:
  2. de levering van water, elektriciteit door utiliteitsbedrijven voor zover de levering per aansluiting minder bedraagt dan een door de minister te bepalen hoeveelheid per maand;
  3. de verhuur gedurende minstens 3 (drie) maanden van onroerende goederen, welke zijn ingericht, bestemd en door de huurder worden gebruikt voor permanente bewoning;
  4. openbaar personenvervoer over de weg, over het water en door de lucht, alsmede schoolbusdiensten;
  5. de diensten die door ziekenhuizen, laboratoria voor medisch onderzoek, artsen, tandartsen, tandtechnici, verpleeg- en verloskundigen, fysio- en oefentherapeuten, chiropractors, logopedisten, diëtisten, psychologen en podotherapeuten als zodanig worden verricht;
  6. de levering van medische kunst- en hulpmiddelen. Onder medische kunst- en hulpmiddelen worden verstaan orthopedische artikelen en toestellen – daaronder begrepen medisch­ chirurgische gordels en banden alsmede krukken – kunstgebitten, kunsttanden, kunstogen, kunstledematen en dergelijke artikelen, hoorapparaten voor hard horigen, breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel;
  7. de levering van geneesmiddelen voor mensen, voor zover deze geneesmiddelen op recept van een arts worden verstrekt;
  8. de levering van goederen en het verrichten van diensten door organisaties van sociale, culturele, charitatieve, sportieve of godsdienstige aard, mits de organisatie geen winststreven heeft en er geen sprake is van verstoring van concurrentieverhoudingen;
  9. levensverzekeringen, ziektekostenverzekeringen en herverzekeringen door verzekeringsmaatschappijen. Onder levensverzekering wordt verstaan een verzekering die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft een of meerdere termijnen van uitkering te verzorgen, en welke afhankelijk is van het leven van de verzekerde, daaronder niet begrepen uitvaartverzekeringen, ongeacht de wijze van uitkering;
  10. het verzorgen van onderwijs, met inbegrip van de diensten en leveringen die daarmee nauw samenhangen, door daartoe bestemde scholen en instellingen, als is omschreven bij of krachtens de wetten tot regeling van het onderwijs, dat krachtens wettelijk voorschrift is onderworpen aan het toezicht door de inspectie van het onderwijs of aan een ander toezicht door de minister die met de zorg voor bet desbetreffende onderwijs is belast, mits de ondernemers met dat onderwijs geen winst beogen;
  11. het als kredietinstelling en kredietvereniging, in de zin van de Wet Toezicht Bank en Kredietwezen 2011, verrichten van bij regeling van de minister aan te wijzen handelingen;
  12. diensten die vallen onder de Wet Casinobelasting 2002, de Wet op de Loterijbelasting, de Wet op de Hazardspelen 1962 en de Wet vermakelijkheidsbelasting;
  13. de levering van onroerende goederen en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, met uitzondering van de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het daarbij behorend terrein vóór het tijdstip van eerste ingebruikneming;
  14. de levering van aandelen en overige effecten;
  15. de levering van goederen en het verrichten van diensten aan beroepsconsuls en andere beroepsvertegenwoordigers van andere mogendheden, de hun toegevoegde ambtenaren en de bij hen inwonende gezinsleden en in dienst zijnde personen, allen mits zij vreemdeling zijn en overigens binnen het heffingsgebied geen ondernemer zijn en onder voorwaarde van wederkerigheid, onder door de minister te stellen voorwaarden ;
  16. de opvang van kinderen in kinderopvang.

 

  1. De minister kan ter uitvoering van deze bijlage nadere regels stellen.

Comments are closed