SB 2023 no. 9 – 3 januari 2023 – Fiscale eenheid BTW

BESCHIKKING van de minister van Financiën en Planning van 3 januari 2023, La.F.no. 23, houdende nadere regels inzake fiscale eenheid BTW.

DE MINISTER VAN FINANCIËN EN PLANNING,

GEHOORD:

de directeur der Belastingen,

GELET OP:

artikel 1 lid 1, onderdeel f sub 4° van de Wet Belasting over de Toegevoegde Waarde (S.B. 2022 no. 121,verbeterblad S.B. 2022 no. 143, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.2022 no. 148),

OVERWEGENDE:

  1. dat natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Inkomstenbelasting 1922 (G.B. 1921 no. 112, geldende tekst
  2. B. 1960 no. 84, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2022 no. 150) die op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 1, onderdeel f ondernemer zijn en die in Suriname wonen of zijn gevestigd dan wel in Suriname een vaste inrichting hebben en die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven, op grond van artikel 1 lid 1, onderdeel f sub 4° van de Wet Belasting over de Toegevoegde Waarde een eenheid vormen;
  3. dat ter uitvoering van artikel 1 lid 1, onderdeel f sub 4° van de Wet Belasting over de Toegevoegde Waarde het nodig is nadere regels te stellen voor de vorming, wijziging en beëindiging van de fiscale eenheid BTW.

HEEFT BESLOTEN:

  1. Vast te stellen de bij deze beschikking inzake nadere regels fiscale eenheid BTW gevoegde Bijlage 1.
  2. Dat deze beschikking inzake nadere regels fiscale eenheid BTW met de daarbij vastgestelde Bijlage 1 in het Staatsblad van de Republiek Suriname worden bekendgemaakt.
  3. Afschrift van de beschikking te zenden aan de Rekenkamer van Suriname, de directeur van Financiën, de directeur der Belastingen, de inspecteur Omzetbelasting, de inspecteur der Directe Belastingen, de inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen, de ontvanger der Directe Belastingen, de ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, en de Afdeling Fiscale Zaken – Indirecte Belastingen.

Paramaribo, de 3e januari 2023,

KERMECHEND RAGHOEBARSING

Uitgegeven te Paramaribo, de 9e januari 2023.
De Minister Binnenlandse Zaken,

BRONTO S.G. SOMOHARDJO.


BIJLAGE I behorende bij de beschikking van de minister van Financiën en Planning van 3 januari 2023, La.F.no. 23, houdende nadere regels inzake fiscale eenheid BTW.

Vaststelling van fiscale eenheid BTW
Artikel 1

  1. De fiscale eenheid BTW wordt door de Inspecteur bij beschikking vastgesteld.
  2. De ingangsdatum van de fiscale eenheid BTW is de eerste dag van de maand volgend op die waarin de Inspecteur de beschikking heeft afgegeven.
  3. De beschikking van de fiscale eenheid BTW wordt door de Inspecteur vastgesteld op een gemotiveerd schriftelijk verzoek van één of meer van de ondernemers die als fiscale eenheid BTW willen worden aangemerkt.
  4. Tegen de afwijzing van een verzoek om te worden aangewezen als fiscale eenheid BTW staat bezwaar open.
  5. Een gemotiveerd bezwaarschrift kan binnen zestig dagen van het ter post bezorgde of uitgereikte afschrift van de beschikking worden ingediend bij de Inspecteur.

Tijdelijke regeling en verzoek fiscale eenheid BTW
Artikel 2

In afwijking op artikel 1 lid 1 van deze beschikking, kan de Inspecteur onder de volgende voorwaarden de fiscale eenheid BTW bij beschikking vaststellen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023:

  1. de ondernemers hebben het verzoek als bedoeld in artikel 1 lid 3 bij de Inspecteur ingediend uiterlijk op 28 februari 2023; en
  2. vanaf 1 januari 2023 is voldaan aan de voor het vormen van een fiscale eenheid BTW vereiste verwevenheden; en
  3. de ondernemers nemen expliciet in hun verzoek op dat zij met ingang van 1 januari 2023 aangemerkt willen worden als fiscale eenheid BTW.
  4. in het verzoek wordt tevens opgenomen welk onderdeel van de fiscale eenheid BTW beheersdaden namens de fiscale eenheid BTW zal verrichten..

BTW heffing en fiscale eenheid BTW

Artikel 3

  1. De fiscale eenheid BTW wordt voor de berekening van de verschuldigde BTW en het doen van aangifte geacht in de plaats te zijn getreden van de ondernemers die de fiscale eenheid BTW vormen.
  2. De onderdelen van de fiscale eenheid BTW worden gezamenlijk aangemerkt als één ondernemer voor de BTW heffing.
  3. Onderlinge prestaties tussen de onderdelen van de fiscale eenheid BTW vinden buiten de BTW heffing plaats, waardoor geen BTW verschuldigd is.
  4. De fiscale eenheid BTW en alle onderdelen worden geregistreerd voor de BTW heffing met een eigen fiscaal identificatienummer.
  5. Berekening van hun verschuldigde belasting en het doen van aangifte geschiedt echter niet door de onderdelen van de fiscale eenheid BTW.
  6. Alle onderdelen van de fiscale eenheid BTW zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de BTW die de fiscale eenheid BTW verschuldigd is.

Vorming van fiscale eenheid BTW
Artikel 4

De fiscale eenheid BTW kan alleen worden gevormd tussen:

  1. natuurlijke personen en lichamen die in Suriname woonachtig of gevestigd zijn danwel hier te lande een vaste inrichting hebben; en
  2. als ondernemer voor de BTW heffing worden bestempeld.

Vereisten van fiscale eenheid BTW
Artikel 5

De fiscale eenheid BTW moet aan de volgende vereisten voldoen:

  1. financiële verwevenheid en daarvan is sprake:

1°. in geval van lichamen met een in aandelen verdeeld kapitaal, wanneer ten minste 90% van de aandelen inclusief de zeggenschap daarover, direct dan wel indirect in dezelfde handen is;

2°. in geval van lichamen zonder in aandelen verdeeld kapitaal als sprake is van onderlinge verhoudingen die vergelijkbaar zijn met die van een aandelenbelang van ten minste 90%.

b. economische verwevenheid en daarvan is sprake indien:

1°. de activiteiten van de onderdelen van de fiscale eenheid BTW zich richten op een gemeenschappelijke klantenkring of dezelfde categorie klanten; of

2°. de activiteiten van het ene onderdeel van de fiscale eenheid BTW in belangrijke mate ten behoeve van een ander onderdeel of andere onderdelen van de fiscale eenheid BTW uitgeoefend worden; of

3°. de onderdelen van de fiscale eenheid BTW prestaties verrichten die elkaar aanvullen; of

4°. de onderdelen van de fiscale eenheid BTW zich mede als eenheid duidelijk herkenbaar deelnemen aan het handelsverkeer.

c. organisatorische verwevenheid en daarvan is sprake indien:

1°. de leiding van alle onderdelen van de fiscale eenheid BTW bestaan direct of indirect uit dezelfde personen; of

2°. de leiding van het ene onderdeel van de fiscale eenheid BTW feitelijk ondergeschikt is aan de leiding van het andere onderdeel.

Beëindiging van fiscale eenheid BTW

Artikel 6

  1. De fiscale eenheid BTW houdt op te bestaan:
    1. Als niet langer wordt voldaan aan de voor de vorming van de fiscale eenheid  BTW wettelijk gestelde voorwaarden;
    1. Ingeval van vrijwillige beëindiging van de fiscale eenheid BTW.
  2. In een situatie als bedoeld onder lid 1 van dit artikel, dienen de onderdelen van de fiscale eenheid BTW dit terstond schriftelijk aan de Inspecteur te melden.
  3. De beëindiging van de fiscale eenheid BTW is de eerste dag van de maand volgend op die waarin de onderdelen van de fiscale eenheid BTW dit schriftelijk aan de Inspecteur hebben gemeld.
  4. Bij beëindiging van een fiscale eenheid BTW worden de ondernemer die de fiscale eenheid BTW vormden, verplichting om vanaf de datum ingevolge lid 3 als zelfstandig BTW plichtige ondernemer zelf de door hun verschuldigde BTW te berekenen en aangifte te doen.

Wijziging van fiscale eenheid BTW

Artikel 7

  1. Voor de toetreding van een ondernemer tot een bestaande fiscale eenheid BTW, dient de fiscale eenheid BTW en de toetredende ondernemer een verzoek als bedoeld in artikel 1 lid 3 in te dienen bij de Inspecteur.
  2. De ingangsdatum van de toetreding tot de fiscale eenheid BTW is de eerste dag van de maand volgend op die waarin de Inspecteur de beschikking heeft afgegeven.
  3. Bij de toetreding van een ondernemer tot een bestaande fiscale eenheid BTW is artikel 3 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
  4. Voor de uittreding van een ondernemer uit een bestaande fiscale eenheid BTW, dienen de fiscale eenheid BTW en de uittredende ondernemer dit terstond schriftelijk aan de Inspecteur te melden.
  5. De ingangsdatum van de uittreding uit de fiscale eenheid BTW is de eerste dag van de maand volgend op die waarin dit schriftelijk aan de Inspecteur is gemeld.
  6. Bij de uittreding van een ondernemer uit een fiscale eenheid BTW is artikel 6 lid 4 van overeenkomstige toepassing.